May Cherry

Back to the archive >

Maaikers

The Meikers or May Cherrie is the second cherrie to bloom and to ripen, but actually not in May. It is indeed impossible for any cherries in the Netherlands to ripen in May. The May cherry is actually named for the month of mowing (June): the Dutch word for ‘mow’ is “maai”, which looks and sounds similar to the word May. The name should actually be the Mowing Cherry or Maaikers. Some people claim that the calendar that was in use until the 15th or 16th century was shifted 21 days back from the current calendar. According to the old calendar, the cherry would have indeed been ripe in late May.

The May cherry is a small, soft, bright red cherry with a rounded form and a pleasant tangy sweet flavor. It is a cross (called royals) between a sweet cherry and a sour cherry. Because of this crossing, the flavour is somewhat sour but not nearly as sour as typically sour cherries. These cherries are excellent in jams and juices.

In the May orchard it is often possible for certain trees, or even certain branches, to ripen later than the rest. These are called ‘followers’. This irregularity in ripening means extra work for picking and sorting, which, when combined with the fragility of the fruit for transport, makes the May cherry tree too unattractive for planting these days. The May cherries in older orchards, however, are still important locally, and for a private garden it is also a very interesting fruit tree.

In general in the Netherlands the number of cherry orchards with tall-stem trees is steadily declining. The fruit from tall trees is more susceptible to weather conditions and loss to birds, as well as being more difficult and expensive to harvest. Because of this, cherry growers are choosing increasingly for dwarfing half standard varieties.

Several of these tall-stem cherries have been grown for centuries on the banks of the Kromme Rijn or “Crooked Rhine” river. Other varieties were more popular in other regions such as the Betuwe, Brabant and Groningen. In some cases, they may originate from other regions and countries but have taken on specific characteristics because of the quality of the local soil (terroir).
With the decreasing number of orchards, the traditional cherry harvest season intertwined with the local culture is also lost. Cherry season used to mean scaring away thieving starlings by rattling tin cans (called “heuen”) and entire villages gathering together to pick the cherries from tall ladders, often with the help of transient pickers who travelled the region from orchard to orchard.

  • Hai imparato qualcosa di nuovo da questa pagina?
    Did you learn something new from this page?

  • YesNo
Back to the archive >
Kersen - misschien wel het lekkerste Nederlandse fruit. Van juni tot en met augustus zo'n beetje is het kersentijd in Nederland. Veel oude en nieuwe hoog- en laagstamrassen volgen elkaar op in de oogstperiode, zodat we lang kunnen genieten van vers fruit uit onze directe omgeving. De Ark van de Smaak Commissie heeft tien hoogstam kersenrassen geselecteerd voor opname in de Ark van de Smaak. Het gaat om rassen die van oudsher in Nederland geteeld zijn en die opvallen door hun smaak, aroma, uiterlijk en toepassingsmogelijkheden.

Een aantal wordt al sinds eeuwen geteeld op de stroomruggen van de Kromme Rijn. Andere komen meer voor in andere regio’s als de Betuwe, Brabant en Groningen. Soms zijn ze oorspronkelijk afkomstig uit andere streken of landen, maar hebben ze door de specifieke kwaliteiten van de grond (terroir), zelf ook specifieke lokale kwaliteiten gekregen.

Het gaat om de volgende tien rassen (in volgorde van oogsttijd): 
 
Vroege Duitse of Vroege van Spithoven (middelgroot, donkerrood, vlezig, zoet)
Maaikers of Meikers (klein, donkerrood, zacht, rond, fris van smaak)
Variks Zwart (klein, zeer donker, zacht, zoet)
Mierlo's Zwart (klein, donker, zacht, zoet)
Westerleesche Kriek (middelgroot, helderrood, stevig, rins tot zuur)
Wijnkers (middelgroot, donker, glanzend, sappig, zoet)
Hedelfinger (groot, helderrood, stevig, zoetzuur)
Spekkers (klein, in veel kleuren van geel tot donker oranje, stevig, rins)
Inspecteur Löhnis (klein tot middelgroot, donker, langwerpig, stevig, zoet)
Morel (klein tot middelgroot, helderrood, steig, zuur)
 
Er zijn steeds minder kersenboomgaarden met hoogstamfruit. Hoogstamfruit is kwetsbaarder voor weersinvloeden en vraat door vogels en de pluk is moeilijk en kostbaar. Kersentelers gaan daarom steeds meer over op laagstamfruit, dat onder plastic geteeld kan worden, bespoten kan worden en makkelijker te plukken is. Met het verdwijnen van de boomgaarden met hoogstamkersen gaan onbespoten kersen met een meer intense smaak verloren, wordt landschappelijke schoonheid vervangen door homogene plastic kassen en verdwijnt een teeltmethode die met veel lokale cultuur omgeven was (gemengd bedrijf; het “heuen” = het verjagen van de spreeuwen met rammelende blikken; de seizoenspluk op lange ladders waar het hele dorp bij betrokken was en waar reizende plukkers voor langskwamen). 
 
In de tuin van het Rijksmuseum in Amsterdam kunt u de Nationale Kersenreeks zien, die bestaat uit het merendeel van bovengenoemde rassen. Zij laat zien van links naar rechts hoe acht rassen van vroeg tot laat elkaar opvolgen in bloei en vervolgens van vroeg tot laat rijpen. Heel wat anders dan de altijd even rode Griekse kersen in de supermarkt.

Meikers
De meikers is niet de kers die in mei rijp wordt. In mei worden in Nederland sowieso geen kersen rijp. De meikers is vernoemd naar de maaimaand, juni. Het moet dus eigenlijk maaikers zijn. Anderzijds is het zo dat de oude jaarkalender die tot 1600-1700 gebruikt werd 21 dagen verschoven is naar achteren ten opzichte van de oude kalender. Volgens die oude kalender was deze kers wel eind mei rijp.
De meikers is een kleine, zachte helderrode kers met een ronde vorm en een aangename zoetzure smaak. Nog steeds worden ze aangeplant, maar nu vooral als laagstam. Ze zijn zeer geschikt tot verwerking tot jam en vruchten op sap. Het is een eeuwenoud Nederlands
ras, vermoedelijk daterend uit de 14de eeuw. Jacob Cats (1577-1660) dichtte er al over: “De meysche kersen in ’t algemeen, en syn maar het vel en enckel been.”
Je hebt zure kersen (morel en kriek, de zgn. walen) en zoete kersen en je hebt meikersen. De meikers is namelijk een kruising (de zgn. royalen) tussen een zoete kers en een zure kers. Doordat deze kruising is de smaak iets zuur, doch lang niet zo zuur als bij zure kersen. Er zijn altijd liefhebbers geweest, die de specifieke smaak van de Meikers erg waarderen. Door de zachte vruchten zijn ze slecht vervoerbaar en slecht bewaarbaar. De bomen hebben een kenmerkende steil opgaande groeiwijze met dunne gesteltakken. De boom bloeit overdadig en is gedeeltelijk zelfbestuivend. De vruchtdracht verbetert bij kruisbestuiving. De bomen zijn desalniettemin onregelmatig productief. In een aanplant met meikersen komt het daarnaast regelmatig voor dat bepaalde bomen of bepaalde takken binnen een boom later rijpen dan de rest. Dit worden zogenaamde ‘volgers’ genoemd. De onregelmatige rijping veroorzaakt veel pluk- en sorteerwerk. Hierdoor en door de slechte vervoerbaarheid en bewaarbaarheid, wordt de Meikers in nieuwe beplantingen niet meer aangeplant. De Meikers is in oudere boomgaarden echter nog steeds van lokale betekenis en ook voor particuliere tuinen kan een Meikers interessant zijn. In een particuliere tuin wegen de genoemde nadelen immers minder zwaar en indien er maar ruimte is voor één boom, is het een voordeel dat de Meikers redelijk zelfbestuivend is.
Wordt ook wel Dubbele meikers genoemd, omdat hij veel groter is dan de oorspronkelijke Enkele (en niet veel dragende) Meikers, die geheel verdwenen is. Ook geschikt als leikers.

Territory

StateNetherlands
Region

Gelderland

Utrecht

Other info

Categories

Fruit, nuts and fruit preserves

Nominated by:Peter Brul per la Commissione dell’Arca del Gusto olandese, dopo segnalazione di Frank van Elsdingen e Theo Vernooy