Weir Fished Bergen Anchovy

Ark of taste
Back to the archive >

Bergse Ansjovis

Each spring since at least the 17th century, the weir fishermen of Bergen op Zoom, in the southwestern province of North Brabant, wait expectantly for the moment their fishing season starts. After changes were made to the mouth of the Schelde River around 1530, anchovies came to these coastal waters in the early summer to lay their eggs. That heralded the beginning of a specific way of fishing, using its own particular method of fishing with the help of weirs. The anchovies that swim into the V-shaped weirs sense the vibrations caused by the water streaming past the wooden posts and do not dare to swim between them, so that they are channeled directly to the narrow trap opening at the end of the weir. Wading waist-deep in the water, the weir fishers pull the trawling nets free of the posts to retrieve the trap.

Placed along the sand banks of the Oosterschelde tidal basin, the weir is a V-shaped fence formed using thin branches of oak approximately four to five meters in length. A weir can be up to a kilometer long, leading into a trap at the deepest point in the water. Weir fishermen originally used pruned branches placed at intervals of 15 to 30 centimeters. At the mouth of the weir, the distance between the posts is three meters, coming closer together as they near the trap. Vibrations in the water frighten the fish into the trap, and the anchovies caught are mainly sold to local restaurants, where they are often served fried in the summer months.

Historically, the weirs and land where they were located were owned and traded by a handful of fishing families, though conflicts between families and government interventions were common. The fishery was also difficult to regulate due to unpredictable catches from year to year. At the end of the 19th century, weir fishing was opened to the free market, but remained a small-scale industry and cultural heritage. The two remaining weirs still belong to a single fishing family, with only about 60 fishermen still active after World War II. These fishers still catch anchovies following the old tradition. As of 2014, weir fishers were also using this method to catch garfish, mackerel and herring.

In 1997 the Foundation for the Preservation of Weir Fishing (Stichting Behoud Weervisserij) was formed to protect this method of fishing as cultural heritage. Now it is time to focus attention on the preservation of the Bergen anchovy, as observed populations, mating patterns and catches have fluctuated greatly in the early 21st century. Catch varies from 100 to 1000 kg per season. The Bergen anchovy is still popular for the two months it is in season on local menus, especially the so-called “AAA” menu, highlighting ansjovis, asperges and aardbeien, or anchovies, asparagus and strawberries.

In 2012 the Foundation for Industrial Heritage (SIEB Stichting Industrieel Erfgoed) in Bergen op Zoom began the Weir Fisheries Project for the restoration of the weirs, developing tourism and training fishermen in weir fishing. Autumn storms, wood rot and winter freezes cause a considerable amount of damage to the weir posts. Maintaining them is time-consuming and intensive, especially considering the extremely short fishing season of just two months of the year. Other reasons for the threat of disappearance include competition from the Mediterranean anchovy and the fact that the anchovies do not regularly return to the area every year.

Back to the archive >
Al vanaf 1295 wachten weervissers uit Bergen op Zoom elk voorjaar vol ongeduld op het moment dat ze in actie kunnen komen. Vissen die in de V-vormige fuik terechtkomen, voelen de trilling van het water dat langs de palen stroomt. Ze durven daar niet doorheen en zo zwemmen ze automatisch naar de punt, het fuikgat in. Tot hun middel wadend maken de vissers het sleepnet los van de palen en kan de fuik worden binnengehaald. Restaurants zetten het visje in het voorjaar op de kaart als onderdeel van het traditionele AAA-menu, de A van ansjovis en die van aardbeien en asperges, drie seizoensproducten uit de streek. In 2010 op 4, 5 en 6 juni.

Rond 1530 ontdekt de ansjovis de Oosterschelde als paaiplaats. Dit betekende het begin van een specifieke vorm van visserij met een eigen vismethode met behulp van weren. Deze weren en de grond waarop ze stonden waren eigendom van enkele vissersfamilies en werden verhandeld. Conflicten tussen vissers kwamen destijds veelvuldig voor. Een complicerende factor vormde de zandbank in de Oosterschelde waar de vis gevangen wordt: het verdronken land van Reimerswaal. Wie had het visrecht? De afstammelingen van de bewoners van Reimerswaal of de Bergse vissers? De overheid greep regelmatig in. Zowel door deze hevige conflicten als door het feit dat de vangsten zeer wisselend zijn was de weervisserij een moeilijk te reguleren bedrijfstak. Eind negentiende eeuw werd na openstelling van de weervisserij voor de vrije markt, duidelijk dat deze marginaal zal blijven. Zij bestaat nog steeds, als cultuurhistorisch erfgoed. 
 
Ansjovis zwemt in alle zeeën. Voor de Peruviaanse kust volgen grote scholen van de soort Engraulis ringens de overvloedige hoeveelheden plankton in de koude Humboldtstroom. Deze anchoveta belandt niet in de Zuid-Amerikaanse escabeche (rauwe, gezuurde vis), maar wordt verwerkt tot vismeel. Veel beter vergaat het de Europese ansjovis, die warm water zoekt, zoals in de Zwarte Zee, het oostelijk deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. Deze soort doet ook onze wateren aan: rond mei, juni komen ze paaien en kuitschieten in de Oosterschelde. Tenzij de laatste twee weervissers van Bergen op Zoom (na de Tweede Wereldoorlog waren er nog 60 vissers) ze volgens een 650 jaar oude traditie vangen in hun 'weren' V-vormige, fuiken van dunne stammetjes. 
 
Het systeem komt hierop neer: Op een zandplaat worden weren aangebracht: V-vormige hagen van vier tot vijf meter lange eikenhouten takken. De weren kunnen wel een kilometer lang zijn en leiden naar een fuik in het diepste punt van het water. Oorspronkelijk gebruikten weervissers schaarhout dat met een onderlinge afstand van 30 tot 15 centimeter werd uitgezet. Aan het begin staan ze drie meter van elkaar en naar mate je dichter bij de fuik komt. steeds dichter naast elkaar. Vissen die in die V terecht komen, voelen de trilling van het water dat langs de plen stroomt. Ze durven daar niet doorheen en zo zwemmen ze automatisch naar de punt, het fuitgat in. De vissers kunnen tot hun middel door het water wadend bij het sleepnet en dit losmaken van de palen en dan kan de fuik worden binnengehaald.
 
De vangst gaat naar restaurateurs in Bergen op Zoom, dus haast je in juni naar de Markiezenstad: gebakken dagverse ansjovis, zo uit de Oosterschelde, smaakt subliem. Behalve door de Bergenaren wordt ansjovis vooral in Zuid-Europa vers gegeten of ingelegd. De Middellandse Zee ansjovis is iets kleiner dan de Bergse.
 
Tot het sluiten van de Zuiderzee werd de ansjovis ook hier veel gevangen.
Ansjovis is een teer product dat slechts zeer kort houdbaar is. Vandaar dat de vissers na het vangen niet eerst naar de afslag gaan. Zij mogen hun product rechtstreeks aan huis verkopen. Tweemaal daags wordt uitgevaren, wanneer het laagwater wordt. De vis die verkocht wordt, is dus supervers. In de "weren" gaat de vis niet dood en raakt niet beschadigd door slepende netten. Tweemaal daags dus wordt de vis rechtstreeks aan chefkoks en consumenten verkocht. Alleen wanneer de vangst te groot is om aan huis te verkopen, krijgt de vishandel zijn deel. In 1997 is de Stichting Proefmei opgericht ter behoud van de weervisserij als cultureel erfgoed, nu nog het behoud van de Bergse ansjovis, als deze tenminste in het paaiseizoen komt, want dat is ieder jaar weer afwachten (2007 was een uitzonderlijk goed jaar, 2008 een matig). Er bestaat een vangstquotum, maar dat is nog nooit gehaald; op topdagen kan 1500 kilo binnengehaald worden. In 2009 werd er in het gehele seizoen nog geen 5 kg gevist; er stonden tevergeefs dagenlang wachtenden voor de deur: de ansjovis liet zich niet zien. De Tilburgse cineaste Marjolein van Poppel maakte er de documentaire Passie en ansjovis over: wellicht het slechtste seizoen ooit.
Oorzaak verdwijnen: Relatieve onbekendheid, concurrentie Mediterrane ansjovis en het feit dat de ansjovis niet elk jaar komt

Territory

StateNetherlands
Region

Noord-Brabant