Kempen Heath Sheep

Back to the archive >
Kempen Heath Sheep

Kempisch Heideschaap

The Kempen heath sheep is a medium sized sheep, on average 70 cm high. Adult rams weigh maximum 70 kg and ewes 60 kg. They are predominantly white, with a pigmented nose front and preferrably pigmented (black or brown) hoofs. Light brown marks on head and legs are frequent. Some animals have brownish “fox heads” or gray-brown heads. Heads are always covered with short, silky hair. They carry no horns, and are bare, up till behind the ears. Also bellies and legs are sometimes the throats are bare. The tail is long, till the heels at least, and always bare. The head shape is elegant: long and slim, with a somewhat curved nose bone and a flat front. Ears hang by the sides. Legs are long, and a long neck carries the head high.It is a very rustic and self-sufficient breed, which actually thrives best on poor heath vegetations. It can be kept outside year round. About 50% of the ewes have one lamb per year, the others have twins. Most lambs are born in February and March. The breed has a good reputation for the quality of its meat. In the 19th century, King William I tried to improve the wool quality of the Kempen Heath sheep, crossing it with Merino sheep from France. Therefore, the Kempen sheep still have fairly good wool quality compared to the other Dutch heath breeds (Veluwse and Drentse). In the extensive sandy soil ‘plateau’ of the Kempen area, at the border of The Netherlands and Belgium archeologists found sheep bones dating back to the Bronze Age, and bones from the early Middle Ages already resemble a lot those of the present breed. From that time on the number of unhorned sheep starts to dominate. Excellent pictures of the Kempen sheep can be found on paintings, etches and drawings from the 19the century. The Kempen Heath sheep has been a determining factor in the creation of the landscape and the biodiversity of the Kempen area. For centuries it was the most diffused farm animal. Since grazing became more and more intensive from the early Middle Ages onwards, the landscape became more and more open, and different rich ecosystems developed, varying with the humidity of the soil. At night the animal were usually kept inside. The manure was gathered and was indispensable arable farming on the poor Kempen soils. From the 14th century onwards heath sods were taken from the grazed areas and used to enrich the stable manure with organic matter (and causing a gradual elevation of the arable fields, up to one meter). The Kempen heath sheep have been a determining factor in the creation of the landscape and biodiversity of the Kempen area. For centuries it was the most diffused farm animal. As grazing became more and more intensive from the early Middle Ages onwards, the landscape became more and more open and diverse rich ecosystems developed, varying with the humidity of the soil. At night the sheep were usually kept inside. The manure was gathered and was indispensable to arable farming on the poor Kempen soils. Since the 14th century heath sods from the grazed areas were used to enrich the stable manure with organic matter and caused a gradual elevation (up to one meter) of the arable lands. The pattern of infields (close to the villages) and outfields (further away) has resulted in a richly diversified landscape with many rare plant species. After the invention of chemical fertilizer and barbed wire, but also due to the industrial revolution and consequent population growth, the extensive sheep breeding and its heath fields gave way to intensive ways of farming, making the sheep obsolete.At the beginning of the 20th century there were more than 40,000 sheep in the Kempen area, but by 1965 they were almost extinct. The heath area was reduced to 10% of its former size and became protected as a nature reserve. Only then did conservationists begin to realize that sheep grazing was the only way to save the biodiversity in the reserve. Thus the Stichting Het Kempische Heideschaap (foundation) was created in Heeze in 1967. The last remaining sheep were traced and used for a well-managed breeding program. In 2005 about 2,000 pedigreed Kempen Heath sheep were registered. They are all used for grazing of the protected heath lands. The number of these sheep in Belgium is a few hundred and they have a separate breed register. The presence of large numbers of sheep stimulated the growth of the wool and textile industry in some towns in the Kempen area, such as in Tilburg and Helmond, far into the 20th century. So, in this sense, the Kempen heath sheep is part of the heritage of the area. And, of course, the ample availability of lamb and mutton led to a specific culinary tradition, which has now been largely forgotten. In February 2006 the new Slow Food convivium De Kempen organized a successful tasting, and the great interest shown by the participants was the occasion to develop a supply chain for the meat.

  • Hai imparato qualcosa di nuovo da questa pagina?
    Did you learn something new from this page?

  • YesNo
Back to the archive >
De kenmerkende heiden, vennen, schrale graslanden en zandverstuivingen van de Nederlandse en Belgische Kempen en hun bewoners zijn onlosmakelijk verbonden. Botvondsten uit de vroege Middeleeuwen tonen aan dat het Kempisch Heideschaap al eeuwen rondloopt in Nederland: de mest was een belangrijke bouwsteen voor de vruchtbaarheid van de bolle akkers en de wol van de Kempische Heideschapen was de basis voor de bloei van de wolindustrie.
Naarmate het aantal en de omvang van de kuddes groeide, veranderde het landschap van bos naar de boomloze heidevelden met de bijzondere flora en fauna die we nu kennen. Parallel hieraan ontwikkelden de schapen in de Kempen zich tot een ras dat specifiek was aangepast aan de schrale levensomstandigheden op de heide. Het Kempisch Heideschaap is daarom een sterk en gehard ras, dat ook nu wordt ingezet als beheerder van de heide.

Door en voor de heide
Het Kempisch Heideschaap is een middelgroot, statig schaap met een fijne witte vacht dat voornamelijk werd gehouden voor de mest, maar ook een goede kwaliteit vlees levert. De heideschapen zijn in staat gedurende langere tijd op moeilijk terrein te leven en te lopen en hebben een goed ontwikkeld kudde-instinct: eigenschappen die de schapen uitermate geschikt maken om gehoed te worden in het veld. Daarbij kunnen de schapen goed leven op het heidedieet van heide, hard gras en onkruid en bestrijden de dieren houtachtige gewassen zoals berk en els en onkruid als brandnetels en akkerdistels: ze zijn, kortom, gemaakt door en voor de heide.
De opkomst van de kunstmest en de uitvinding van het prikkeldraad maakten een einde aan het heidebeheer met schapen: herders en hun Kempische Heideschapen werden overbodig. Dit had tot gevolg dat het ras rond 1960 zo goed als uitgestorven was, tot de Stichting Het Kempisch Heideschaap ingreep en de laatste exemplaren aankocht. Hiermee werd de kudde van de Strabrechtse Heide bij Heeze gevormd, waaruit later andere kuddes voortkwamen. Nog steeds is het Kempisch Heideschaap de beste beheerder van de Nederlandse heiden, waardoor de nieuwe kuddes nu weer volop worden ingezet als hoeders van de heiden en graslanden van de Kempen. Inmiddels worden meer dan 6000 door Vereniging Stamboek Het Kempisch Heideschaap goedgekeurde schapen ingezet voor natuurbeheer in Noord-Brabant en Limburg. De schapen verzorgen en behouden de heide, dragen bij aan de biodiversiteit én de lammeren hebben alle tijd en ruimte om op natuurlijke wijze op te groeien.
Het beste van de Kempen.
En dat proef je: het vlees van de lammeren van het Kempisch Heideschaap smaakt mals en kruidig door het voedingspatroon van de schapen. Lamsvlees kent een lange culinaire traditie in Nederland, maar is met de jaren minder populair geworden. Enkele schapenhouders uit de Kempen, verenigd in het Stamboek en ondersteund door leden van de Stichting Kempengoed, hebben de uitdaging opgenomen om de Nederlandse consument opnieuw kennis te laten maken met het Kempenlam: naast opname in de Ark van de Smaak in 2007 en internationale erkenning van het Presidium in 2009 zet de groep zich in voor de certificering van het Kempenlam als streekproduct. Daarmee worden niet alleen de kwaliteiten van het Kempisch Heideschaap als natuurbeheerder, maar ook de smaak van het duurzaam geproduceerde vlees steeds meer erkend.




Other info


Breeds and animal husbandry

Nominated by:Loek Hilgers e Hielke van der Meulen