Hedelfinger Cherry

Back to the archive >

From German origin, this cherry grows on a very high tree. It is grown mostly along the shores of the Rhine River, where it has acquired particular characteristics due to the composition of the local soil; while in other areas of Holland other varieties are more diffused, like the Betuwe, the Brabante and the Groningen. The fruit has medium dimensions, with a purple-red skin, a long peduncle and a very flavorful pulp. It matures late and is harvested manually in the third week of June.

The cherry has good amounts of fiber, potassium, calcium, phosphorous and Vitamins A and C. It is rich in sugars, yet not very caloric, and in flavonoids, useful to counteract free radicals. It has diuretic and anti-uric capacities and is indicated in cases of arthritis, arteriosclerosis, renal dysfunction and gout and has a moderate laxative capacity. It is used primarily for the preparation of the traditional kensenbonbon, an entire cherry dipped in chocolate and filled with Cherry liquor.

The number of fruit trees is in constant decline, due to their susceptibility to changes in atmospheric conditions, birds eating the fruits and the high cost of harvest. The farmers are progressively replacing the plants with lower varieties, which can be treated with pesticides, fertilizers and chemical products, grown in plastic greenhouses and are easier to harvest. All of this contributes to the loss of a variety with an intense flavor, which helps to construct the area’s characteristic landscape.

  • Hai imparato qualcosa di nuovo da questa pagina?
    Did you learn something new from this page?

  • YesNo
Back to the archive >
Kersen - misschien wel het lekkerste Nederlandse fruit. Van juni tot en met augustus zo'n beetje is het kersentijd in Nederland. Veel oude en nieuwe hoog- en laagstamrassen volgen elkaar op in de oogstperiode, zodat we lang kunnen genieten van vers fruit uit onze directe omgeving. De Ark van de Smaak Commissie heeft tien hoogstam kersenrassen geselecteerd voor opname in de Ark van de Smaak. Het gaat om rassen die van oudsher in Nederland geteeld zijn en die opvallen door hun smaak, aroma, uiterlijk en toepassingsmogelijkheden.

Een aantal wordt al sinds eeuwen geteeld op de stroomruggen van de Kromme Rijn. Andere komen meer voor in andere regio’s als de Betuwe, Brabant en Groningen. Soms zijn ze oorspronkelijk afkomstig uit andere streken of landen, maar hebben ze door de specifieke kwaliteiten van de grond (terroir), zelf ook specifieke lokale kwaliteiten gekregen.

Het gaat om de volgende tien rassen (in volgorde van oogsttijd): 
 
Vroege Duitse of Vroege van Spithoven (middelgroot, donkerrood, vlezig, zoet)
Maaikers of Meikers (klein, donkerrood, zacht, rond, fris van smaak)
Variks Zwart (klein, zeer donker, zacht, zoet)
Mierlo's Zwart (klein, donker, zacht, zoet)
Westerleesche Kriek (middelgroot, helderrood, stevig, rins tot zuur)
Wijnkers (middelgroot, donker, glanzend, sappig, zoet)
Hedelfinger (groot, helderrood, stevig, zoetzuur)
Spekkers (klein, in veel kleuren van geel tot donker oranje, stevig, rins)
Inspecteur Löhnis (klein tot middelgroot, donker, langwerpig, stevig, zoet)
Morel (klein tot middelgroot, helderrood, steig, zuur)
 
Er zijn steeds minder kersenboomgaarden met hoogstamfruit. Hoogstamfruit is kwetsbaarder voor weersinvloeden en vraat door vogels en de pluk is moeilijk en kostbaar. Kersentelers gaan daarom steeds meer over op laagstamfruit, dat onder plastic geteeld kan worden, bespoten kan worden en makkelijker te plukken is. Met het verdwijnen van de boomgaarden met hoogstamkersen gaan onbespoten kersen met een meer intense smaak verloren, wordt landschappelijke schoonheid vervangen door homogene plastic kassen en verdwijnt een teeltmethode die met veel lokale cultuur omgeven was (gemengd bedrijf; het “heuen” = het verjagen van de spreeuwen met rammelende blikken; de seizoenspluk op lange ladders waar het hele dorp bij betrokken was en waar reizende plukkers voor langskwamen). 
 
In de tuin van het Rijksmuseum in Amsterdam kunt u de Nationale Kersenreeks zien, die bestaat uit het merendeel van bovengenoemde rassen. Zij laat zien van links naar rechts hoe acht rassen van vroeg tot laat elkaar opvolgen in bloei en vervolgens van vroeg tot laat rijpen. Heel wat anders dan de altijd even rode Griekse kersen in de supermarkt.

Hedelfinger
Vermoedelijk omstreeks 1850 als toevalszaailing in Hedelfingen, bij Stuttgart (Duitsland) gevonden. Sindsdien heeft deze variëteit zich wereldwijd over alle kersengebieden verspreid, wat dit ras ook tal van anderstalige synoniemen heeft opgeleverd zoals Géante d’Hedelfingen, Bradbourne Black, Hedelfinger Riesen, Wahlerkirsche, Chlepfer, Edelfinger, Erdbeerkirsche, Hertemer. Het is zelfs de meest aangeplante kersenvariëteit ter wereld.
De boom groeit sterke tot zeer sterke in het jeugdstadium, daarna middelmatig, met zware, tamelijk talrijke vertakkingen. Brede bolvormige of licht opgaande kruinontwikkeling.Deze kersenboom is een beetje zelfbestuivend, maar kruisbestuiving is beter. Over het algemeen een gezonde boom, maar in boomgaarden met minder doorlatende bodem is de boom gevoelig voor bacteriekanker (Pseudomonas-infecties die gomvorming veroorzaken).
Tamelijk weerstandbiedend aan monilia, oudere takken sterven gemakkelijk af. Middellate bloei, weinig gevoelig aan nachtvorst.
Hedelfinger is een middengroot tot zeer groot en afgeplatte kers. Vruchtvlees is stevig, sappig met zeer goede smaak, barstgevoelig. Deze kers word ook wel de Hedelfingerse Riesenkirche genoemt Bij volledige rijpheid donker kersenrood tot zwart.

Territory

StateNetherlands
Region

Gelderland

Utrecht

Other info

Categories

Fruit, nuts and fruit preserves

Nominated by:Peter Brul / Dutch Ark of Taste Commission, dopo una segnalazione di Frank van Elsdingen and Theo Vernooy